Lachbui

Toen ik vanmorgen uit bed kwam, wist ik niet dat ik zo zou lachen vandaag. Ik ben de dagen een beetje kwijt, net zoals zovelen anderen. Juist door te lachen om de meest lieve, sullige en leuke dingen, wordt zo’n dag een prachtige dag voor mij. Een dag met een gouden randje. Ik kan daar zo van genieten. Ik houd van mijn vrienden die mij zo aan het lachen maken, waarmee ik zo’n schik heb, bij wie ik mag zijn wie ik ben.

Lachen, maakt zoveel los bij mij. Die glimlach op mijn gezicht. Een soort endorfine vult mijn lijf met plezier. Ik ga stralen, laat ballast los en als ik dat dan kan delen met een ander, dan weet ik dat er verbinding is. En wat voor een! Wat een kracht komt daaruit voort. Als ik plezier heb in dat wat ik doe, dan kan ik bergen verzetten.

Vandaag was dus een mooie dag met veel lachen. Om het nu, om het verleden, om stommiteiten van mijzelf, om elkaars nieuwsgierigheid, elkaars kijk op het leven, elkaars kwetsbaarheid, om wat we denken en vinden.

Er kwamen nogal wat herinneringen naar boven die ik hier deel.

We gaan even terug naar het jaar 2002, ik ging voor het eerst alleen op zomervakantie (ik zat in scheiding). Ik had een hotel geboekt in het centrum van Cannes met een zwembad op het dak. In het vliegtuig maakte ik mij al zorgen hoe ik van Nice naar Cannes moest rijden, ik had een kleine wendbare auto gehuurd, het moest goed gaan.

Een lief stel zei mij ‘rijd maar achter ons aan’. Bij de autohuurbalie kwam ik er achter dat mijn kleine autootje al verhuurd was, ik mocht plaatsnemen in een Peugeot 607. Toen ik in de auto zat, reed het stel al weg en dus moest ik ze volgen. Mijn spiegels zaten nog niet goed, deels ingeklapt, mijn hoofd zat scheef tegen het plafond aan en ik had geen tijd om het instructieboekje erbij te pakken.

Natuurlijk was ik ze binnen de kortste keren kwijt. Bij de eerste Péage had ik de volgende uitdaging, waar was mijn muntgeld en hoe ging het raampje eigenlijk open? Het laatste muntgeld ketste uit de ijzeren mand, onder de auto.

Oké, wat een flater, ik de auto uit, keek onder de auto en ja hoor, daar lagen de euro’s. Ik weer op pad. Op naar Cannes. Toen waren er nog geen smartphones met tomtom dus op de gok reed ik naar het hotel. Toen ik het niet kon vinden, natuurlijk, heb ik het hotel maar eens opgebeld. Inmiddels was ik er al 4x langs gereden. Wat bleek, ze hadden een inpandige garage! Maar wat was de draai nauw en wat was die auto verdomde breed. Eenmaal in de garage heb ik zo vaak moeten steken dat ik op dat moment besloot niet meer met die auto te rijden. Want hoe zou ik er ooit uit moeten komen, achteruit de heuvel op?

Het verblijf daar was heerlijk. Ik kan mij de ontbijtjes nog herinneren, al was ik dan alleen. In de middag lunchte ik altijd uitgebreid op het strandterras en ’s avonds zat ik dan met een wijntje, meloen en parmaham op mijn terras, kijkend naar een betoverende stad. Als ik eraan terugdenk, maakt mijn mond een krulling.

Het jaar daarna ging ik met mijn vriendin Pascal naar het vakantiehuis van mijn ouders in de Dordogne. Het was heet die zomer, 40 graden. We vonden het best eng daar. Een huis bovenop een berg, omringd door bossen. Al dat geritsel van blaadjes, de natuur was kurkdroog, we zaten rechtop in ons bed. Hadden we te maken met een insluiper? Onze remedie was om samen naar buiten te gaan, midden in de nacht.

En zo lagen we daar, op een ligstoel een sigaretje te roken met een pernod in de hand naar de sterren te kijken en te zingen. Af en toe dook een van onze handen naar de grote zaklamp onder de stoel als we dachten dat we omringd waren door everzwijnen…. Als we ver genoeg bedwelmd waren door de pernod zochten we ons bedje op en sliepen we als rozen. Een bijzondere vakantie was dat.

Sweet memories als ik er weer aan terugdenk. Want hete zomers betekenen ook flinke onweersbuien. We snelden dan naar binnen, deden alle gordijnen dicht en zongen we onze kelen schor met Ruth Jacott. Het bos was dan gitzwart en door de bliksem helemaal wit. Het was echt angstaanjagend.

Eén dag dachten we dat we wel op onze slippertjes het bos in konden gaan, zonder telefoon, zonder water, in badkleding. We verdwaalden, natuurlijk! Wat een gedoe, wat een hard gelach. Eenmaal weer uit het bos, waren we nodig toe aan verkoeling. We plonsden het zwembad in. En ja toen hoorden we een auto omhoog komen. Wat moesten we doen? We spraken nou niet echt vloeiend Frans. Een jonge knul stopte de auto en kwam naar ons toe.

Als twee bangeriken stonden we daar. Met handen en voeten uitgelegd dat het zeker niet de bedoeling was dat hij gebruik zou maken van dit zwembad. Ik kende deze jongen ook niet, mijn vader had er ook nooit over verteld. Sip en met de staart tussen de benen, droop de knul af. Wat bleek, hij had mijn vader geholpen met het rooien van het bos. Hij had een zaag in zijn kuit gekregen en ter revalidatie mocht hij in het zwembad baantjes zwemmen.

Ik zie ons nog het tjakka-moment vieren. De rosé vloeide rijkelijk. Mooi.

Voor de persconferentie vandaag had ik een lachbui met een lieve vriendin. Dubbel van het lachen, echtgenoten die ons vroegen wat er aan de hand was. En wij antwoordden dan met ‘oh, niks (maar ondertussen)’.

Tegenwoordig staat er veel op internet en kun je soms wel eens wat leuks vinden over je nieuw aangenomen werknemer. Ik houd trouwens mijn hart vast als mijn toekomstige werkgever deze blogs leest. Zou die dan ook zo hard lachen als wij?!

Lachen, glimlachen, lachbuien, ja echt iets dat bij mij hoort! Plezier in het leven, het is al serieus genoeg.

Alle foto’s met quotes zijn van mijzelf, ooit gemaakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s